Archeologische Club Oldenzaal

De vestingwerken van Oldenzaal



Archeologisch onderzoek naar de vestingwerken van Oldenzaal


Donderdagavond 13 januari 2011 ontdekte de Oldenzaalse amateurarcheoloog Huub Slot in de bouwput van bejaardencentrum De Molenkamp een merkwaardig grachtenstelsel. In de buurt daarvan vond hij met de metaaldetector opmerkelijk veel musket- en pistoletkogels. Was dit toeval of behoort deze gracht toe aan èèn van voormalige vestingwerken van de veste Oldenzaal.


De kaart van Blaeu, gedrukt in 1626, laat er geen twijfel over bestaan. Oldenzaal was “welbevestigd en bemuurd”. Met een stervormig verdedigingswerk, bestaande uit maar liefst 9 bastions, en voorzien van een stadsmuur was het de best beveiligde stad van Twente. Maar ondanks het feit dat op oude kaarten, zoals die van Blaeu, de vestingwerken duidelijk te zien zijn, is het maar de vraag of dit in werkelijkheid ook zo geweest is. Want tot nu toe heeft het Oldenzaalse bodemarchief daarvan nog maar bijzonder weinig van prijsgegeven. Als zich dan een kans voordoet………..  


                             
                              (Fig.1 Kaart van Blaeu gedrukt in 1626)


Toen we zaterdag 15 januari in de bouwput kwamen waren we dan ook aangenaam verrast door de vondst van collega Huub Slot. De gracht, de vorm en de plek, zo dicht tegen het oorspronkelijke oude stadscentrum, deed ons sterk denken aan een verdedigingswerk. Voor een bastion was de gracht wat aan de smalle kant. Maar zou het dan wellicht een ravelijn kunnen zijn? Een ravelijn is namelijk een buitenwerk van een vesting. Het is een vijfhoekig versterkt eiland dat zich veelal aan de buitenkant van de vestingmuur bevindt. De plek waar we stonden lag net buiten de oorspronkelijk vesting van Oldenzaal dus..…waarom niet.
                                 
                               
                               (Fig.2  De gevonden grachtfragmenten in de bouwput)   


Het onderzoek

Door het uitgraven van de bouwput was alleen het onderste gedeelte van de gracht nog aanwezig. In het profiel daarvan  waren 3 lagen te herkennen. Aan de bovenzijde was de gracht gevuld met huishoudelijk afval. Gezien het aardewerk moet dit daar eind 1800 begin 1900 gestort zijn. De gracht heeft tot die tijd dus nog gewoon open gelegen. Dit komt overeen met het beeld dat rond 1900 grote delen van het Oldenzaalse grachtenstelsel buiten de stad nog te zien zijn geweest (zie gemeentekaart 1867, Fig. 6). Het tussengedeelte van de vulling bestond uit een laag bruingrijs zand. Hierin vonden we scherven die te dateren zijn rond 1700 – 1800. Het onderste gedeelte was een gelaagd pakket organisch en ingestoven materiaal, met scherven uit periode 1500-1600. In het zuidelijke gedeelte was destijds een beschoeiing aangebracht bestaande uit flink aantal dicht achterelkaar geplaatste houten paaltjes. Beschoeiingen worden meestal gebruikt om bij stromend water afkalving van de (gracht)wand te voorkomen. Omdat deze beschoeiing alleen in het zuidelijke gedeelte van de gracht gevonden is, ontstaat het beeld dat daar de stroming het sterkst moet zijn geweest. Kennelijk werd het water vanuit het noorden via een greppel of beek aangevoerd en moest het op die plek een sterke bocht naar rechts maken. In het noordelijke gedeelte van de bouwput was in de wand het profiel van de gracht goed te zien. Oorspronkelijk moet de gracht minimaal 7 meter breed zijn geweest en ongeveer 2 meter diep. Opvallend is dat de wanden van het diepste gedeelte vrij recht naar beneden lopen. Ten oosten daarvan  was nog een fragment van een houten goot aanwezig. Hiermee werd waarschijnlijk water afgevoerd naar de gracht. De goot was geheel vergaan. Alleen het onderste gedeelte was nog te traceren.

 

                               
                               (Fig.3, tekening van de gracht en greppel (tek. Sascha Benerink)) 


               
                   (Fig.4 tekening van het grachtprofiel ( tek. Sascha Benerink))
 


(Fig.5  Grachtprofiel in de wand van de bouwput)


Gemeentekaart van 1867


Om te weten waar de grachtfragmenten gevonden zijn, hebben we de gemeente gevraagd deze door het kadaster in te laten meten. Zo krijgen we een beeld waar deze liggen ten opzichte van de voormalige vestingwerken. We kwamen tot een verrassende conclusie. Op de gemeentekaart van 1867 is rechtsboven een vrij grote rechthoekige structuur te zien. (rood omcirkeld) In het midden hiervan staat Bleek. We hebben de meetgegevens vergeleken met de kaart. En wat blijkt? De ontdekte grachtfragmenten kunnen niet anders zijn dan van de Bleek. Dat verklaart wellicht ook de houten goot. Deze moet dan afkomstig zijn geweest van de naastgelegen stoomspinnerij.

                              
                               (Fig. 6, gemeentekaart van 1867) 


Een tegenvaller? ….of toch niet!

Uit met name de 2 onderste lagen van de gracht kwamen scherven tevoorschijn die te dateren zijn in een periode van 1500 tot 1800. Dit zou betekenen dat deze gracht minimaal net zo oud moet zijn. Had Oldenzaal rond 1500 daar dan al een bleek? Of is de bleek later aangelegd op een bestaand verdedigingswerk al dan niet van Oldenzaal zelf of wellicht van een vijandig leger die zich daar ingegraven had. Vragen te over dus.


Google Earth 

Om een vergelijk te maken waar de verdedigingswerken zich ongeveer kunnen bevinden hebben we de kaart van Blaeu via Google Earth op Oldenzaal gelegd. In het rood omcirkelde gedeelte, op de rechter afbeelding, hebben we de grachtfragmenten aangetroffen. Hieruit blijkt dat we waarschijnlijk niet ver van het voormalige bastion verwijderd zijn. Bekend is dat de Oldenzaalse grachten van water werden voorzien door beken. De Fonteinbeek is daar een mooi voorbeeld van. Het is niet ondenkbaar dat de greppel (of beek), die de bleek voorzag van water, in het verleden ook bedoeld is geweest om het grachtenwater op peil te houden. Want zou je de lijn van de greppel doortrekken ( zie fig. 3) dan sluit deze precies op de gracht aan.

           
            

Hoe nu verder? 

Eens te meer blijkt dat elke ingreep in de Oldenzaalse bodem nauwlettend moet worden gevolgd. Ook de bouw van De Molenhof was aan de aandacht ontsnapt. Daardoor is er eigenlijk te weinig tijd geweest voor een grondig archeologisch onderzoek. We hebben nu maar één zaterdag kunnen opgraven. Misschien komt die kans er nog bij een verdere uitbreiding van de bouwput, want we willen met name de onderste lagen van de gracht nog eens goed in kaart brengen. Verder gaan we op zoek naar schriftelijke bronnen rond de bleek en de stoomspinnerij. Wellicht krijgen we daardoor wat meer inzicht in deze bijzondere plek in Oldenzaal.

Archeologische Club Oldenzaal (ACO)

Evert Ulrich